hoeveel % van de mensen kon lezen en schrijven ronde het jaar 1 ?
Kort antwoord:
đ Rond het jaar 1 kon waarschijnlijk minder dan 5% van de mensen lezen en schrijven
(en in veel gebieden zelfs <1%).
đ Hoe zat dat?
In het Romeinse Rijk (meest ontwikkeld toen)
schattingen: 5–10% geletterdheid
vooral:
elite
ambtenaren
handelaren
đ gewone mensen: meestal niet
In andere gebieden
vaak nog lager:
platteland: ~0–2%
veel regio’s: vrijwel alleen religieuze of bestuurlijke elites konden lezen
đ§ Belangrijk
“kunnen lezen” ≠ goed kunnen schrijven
schrijven was vaak nog zeldzamer dan lezen
đ¯ Samengevat
| Groep | Geletterdheid |
|---|---|
| Elite (Rome) | 10–20% |
| Steden (gemiddeld) | 5–10% |
| Platteland | 0–2% |
| Wereldgemiddelde | ~1–5% |
In jouw stijl
In een wereld vol woorden,
konden bijna niemand ze lezen —
en nog minder ze opschrijven.
Maar hoe werkte de maatschappij toen met rekenen en betalen, geld en zo ?
Goede vraag — en verrassend: een samenleving kan prima functioneren met bijna geen geletterdheid, zolang mensen kunnen tellen, onthouden en vertrouwen.
đ° Hoe deden ze dat rond het jaar 1?
1. Mondeling + geheugen
prijzen, schulden en afspraken → mondeling
mensen hadden sterk geheugen en gewoonte
đ “ik ben jou nog 3 denarii schuldig” werd gewoon onthouden
2. Tellen zonder schrijven
tellen konden veel mensen wÊl
hulpmiddelen:
steentjes
knopen
vingers
đ een soort primitieve boekhouding
3. Munten maakten het simpel
In het Romeinse Rijk:
munten hadden vaste waarde (bijv. denarius)
je hoefde niet te lezen:
gewicht en metaal bepaalden waarde
đ betalen = tellen van munten
4. Specialisten voor administratie
schrijvers (scribae) en handelaren:
hielden rekeningen bij
konden lezen/schrijven
đ de maatschappij draaide op een kleine geletterde bovenlaag
5. Vertrouwen en reputatie
dorpen/steden waren klein
iedereen kende elkaar
đ fraude = snel bekend
đ reputatie = belangrijker dan papier
6. Symbolen en tekens
merktekens op goederen
simpele tekens i.p.v. tekst
đ een soort “logo’s” avant la lettre
đ¯ Samengevat
weinig lezen/schrijven
maar:
tellen kon bijna iedereen
geld was tastbaar (munten)
administratie zat bij een kleine elite
In jouw stijl
Ze konden geen contract lezen,
maar wel tellen wat er op tafel lag.
En uiteindelijk:
vertrouwen en geheugen waren hun boekhouding.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten