187 billion is 1,87 miljard jaar. Ik las een wetenschappelijk consensus artikel dat er over 500 miljoen jaar (half miljard jaar) er onvoldoende zuurstof is voor plantaardig (en dus dierlijk) leven. Misschien nog wel in de oceanen, maar daar lijkt het leven me ook afhankelijk van zuurstof ?
Je hebt een goed punt. Er lijken twee verschillende “eindpunten” door elkaar te lopen.
Het half miljard jaar (±500–600 miljoen jaar) waar jij aan refereert, komt uit een invloedrijke studie uit 2021. Die concludeert dat de zon geleidelijk helderder wordt, waardoor verwering van gesteenten steeds meer CO₂ uit de atmosfeer verwijdert. Uiteindelijk daalt het CO₂-gehalte zo ver dat de meeste planten geen fotosynthese meer kunnen uitvoeren. Daarna begint ook het zuurstofgehalte langzaam af te nemen.
De 1,87 miljard jaar uit het Yahoo-artikel gaat over iets anders:
- de allerlaatste, uiterst eenvoudige planten of fotosynthetische organismen die misschien nog ergens kunnen overleven;
- of het uiterste theoretische moment waarop de biosfeer als geheel nog niet volledig verdwenen is.
Dat zijn dus twee verschillende definities van “het einde van plantenleven”.
Hoe verloopt dat ongeveer?
- Over ~500–600 miljoen jaar: de meeste bomen, bossen en complexe planten verdwijnen door een tekort aan CO₂.
- Daarna: het zuurstofgehalte in de atmosfeer neemt over honderden miljoenen jaren steeds verder af, waardoor grote dieren uiteindelijk ook verdwijnen.
- Nog veel later (tot ongeveer 1½–2 miljard jaar): mogelijk blijven alleen zeer eenvoudige micro-organismen over, bijvoorbeeld bacteriën of algen in kleine niches.
- Rond 1,8–2 miljard jaar: ook die verdwijnen uiteindelijk wanneer de aarde te heet en te droog wordt.
En de oceanen?
Je vermoeden is terecht: ook de oceanen zijn uiteindelijk afhankelijk van fotosynthese.
- Vrijwel alle zuurstof in de oceaan wordt geproduceerd door cyanobacteriën en fytoplankton.
- Wanneer die verdwijnen, daalt ook het zuurstofgehalte van het oceaanwater.
- Sommige bacteriën hebben helemaal geen zuurstof nodig (anaerobe bacteriën). Zulke organismen kunnen waarschijnlijk nog het langst overleven.
Met andere woorden: zuurstofrijk oceaanleven verdwijnt uiteindelijk ook. Alleen heel eenvoudige micro-organismen zonder zuurstofbehoefte zouden nog lange tijd kunnen voortbestaan.
Kortom: de 500 miljoen jaar is waarschijnlijk het einde van de rijke, complexe biosfeer zoals wij die kennen. De 1,87 miljard jaar is een schatting van het absolute einde van vrijwel al het planten- en uiteindelijk al het leven op aarde. Die twee uitspraken spreken elkaar dus niet tegen; ze beschrijven verschillende fasen van een zeer lang proces.
Voelt toch wat triest, alsof het leven niet al zinloos genoeg is
Dat gevoel kan ik goed begrijpen. Als je kijkt naar tijdschalen van honderden miljoenen of miljarden jaren, kan dat een gevoel van nietigheid oproepen.
Maar er is ook een andere manier om ernaar te kijken.
Het leven op aarde bestaat al bijna 4 miljard jaar. Dat is een ongelooflijk lange periode waarin telkens iets nieuws ontstond: bacteriën, planten, dinosauriërs, zoogdieren, mensen. Dat de aarde ooit ophoudt leefbaar te zijn, betekent niet dat al die miljarden jaren van leven “voor niets” waren. Een muziekstuk is ook niet zinloos omdat het eindigt.
Bovendien spreken we over gebeurtenissen die zich 500 miljoen tot bijna 2 miljard jaar in de toekomst afspelen. Ter vergelijking: de eerste mensachtigen verschenen pas ongeveer 7 miljoen jaar geleden. De tijd tot het verdwijnen van complexe planten is dus nog ongeveer 70 keer zo lang als de hele geschiedenis van de mensachtigen.
En er is nog iets fascinerends. Over 500 miljoen jaar is het heel goed mogelijk dat intelligent leven – als het dan nog bestaat – de aarde al lang heeft verlaten of technieken heeft ontwikkeld om de planeet te koelen, habitats in de ruimte te bouwen of zelfs de baan van de aarde heel langzaam te veranderen. Dat is speculatief, maar natuurkundig niet onmogelijk.
Ik herinner me dat je vaak schrijft over verwondering: de maan, sterren, evolutie, yoga, Dick Hillenius. Misschien is dat juist een antwoord op die kosmische vergankelijkheid. Niet dat het heelal ons een vooraf gegeven betekenis aanbiedt, maar dat wij betekenis kunnen ervaren in nieuwsgierigheid, liefde, kunst, natuur en het begrijpen van de wereld.
De Franse schrijver en filosoof Albert Camus verwoordde iets dat hierbij past: de wereld hoeft geen hogere bedoeling te hebben om toch de moeite waard te zijn. De ervaring van het leven zelf kan al voldoende zijn. Dat is geen troost voor iedereen, maar veel mensen vinden daarin juist een vorm van vrijheid.
A ja, 4 miljard jaar bacteriën, plantaardig leven ongeveer 600 miljoen jaar inclusief zeewier en kwallen (en mosselen), haaien en reptielen ongeveer 400 miljoen jaar en de eerste zoogdieren 200 miljoen jaar ? Heb je een kort overzicht zonder tabellen of foto’s ?
Ja, ongeveer. Hier is een kort overzicht met afgeronde leeftijden:
- 4,0 miljard jaar geleden – eerste eenvoudige levensvormen (bacteriën en andere micro-organismen).
- 3,5 miljard jaar geleden – cyanobacteriën (blauwgroene bacteriën) beginnen zuurstof te produceren.
- 2,4 miljard jaar geleden – de Grote Zuurstofcatastrofe: veel zuurstof komt in de atmosfeer.
- 2,0 miljard jaar geleden – eerste complexe cellen (met celkern).
- 1,0 miljard jaar geleden – eerste eenvoudige meercellige organismen.
- 600 miljoen jaar geleden – eerste dieren; kwallen, sponzen en wormachtige dieren.
- 540 miljoen jaar geleden – de ‘Cambrische explosie’: veel moderne diergroepen ontstaan.
- 500 miljoen jaar geleden – eerste vissen.
- 470 miljoen jaar geleden – eerste landplanten.
- 430 miljoen jaar geleden – eerste landdieren (o.a. geleedpotigen zoals duizendpoten en schorpioenen).
- 400 miljoen jaar geleden – haaien bestaan al; eerste bossen.
- 370 miljoen jaar geleden – eerste amfibieën.
- 320 miljoen jaar geleden – eerste reptielen.
- 230 miljoen jaar geleden – dinosauriërs verschijnen.
- 225 miljoen jaar geleden – eerste zoogdieren.
- 150 miljoen jaar geleden – eerste vogels.
- 140 miljoen jaar geleden – bloemplanten ontstaan.
- 66 miljoen jaar geleden – uitsterven van de niet-vliegende dinosauriërs.
- 7 miljoen jaar geleden – eerste mensachtigen.
- 300.000 jaar geleden – Homo sapiens verschijnt.
Het mooie aan dit overzicht vind ik dat het laat zien hoe jong de mens eigenlijk is. Als je de geschiedenis van het leven op aarde in één kalenderjaar zou samenvatten, dan verschijnen wij pas in de laatste minuten van oudejaarsavond. Toch kunnen we als enige bekende soort terugkijken en de hele geschiedenis van het leven reconstrueren. Dat blijft een van de opmerkelijkste prestaties van de wetenschap.
De grote zuurstof catastrofe ? Wat was dat ? En voor het leven op planeet aarde toch een zegen ? En betrekkelijk schaars in het universum voor zover wij weten ? 2,4 miljard jaar geleden – de Grote Zuurstofcatastrofe: veel zuurstof komt in de atmosfeer.
Goede vraag — dit is een van de meest dramatische omslagen in de geschiedenis van de aarde.
Wat was de “Grote Zuurstofcatastrofe”?
Ongeveer 2,4 miljard jaar geleden begonnen bepaalde bacteriën (cyanobacteriën) via fotosynthese zuurstof (O₂) te produceren.
Eerst gebeurde er weinig zichtbaar, want:
die zuurstof reageerde meteen met ijzer en andere stoffen (bijv. in de oceanen → roestvorming).
Maar op een gegeven moment raakten die “buffers” vol, en toen:
begon zuurstof zich op te hopen in de atmosfeer.
Waarom “catastrofe”?
Voor het leven van toen was zuurstof giftig.
De meeste organismen leefden zonder zuurstof (anaeroob).
Zuurstof is chemisch agressief en beschadigt cellen.
Gevolg: massale uitsterving van veel bestaande micro-organismen.
Dus: voor het toenmalige leven was het letterlijk een ramp.
Waarom toch een zegen?
Achteraf gezien was dit een van de belangrijkste stappen ooit:
Zuurstof maakt efficiënte energieproductie mogelijk (aerobe ademhaling).
Daardoor konden later complexe cellen ontstaan.
Uiteindelijk leidde dat tot dieren, planten en mensen.
Zonder deze gebeurtenis:
→ geen bossen, geen dieren, geen jij die deze vraag stelt.
Is zuurstof zeldzaam in het universum?
Waarschijnlijk wel — in ieder geval vrije zuurstof in een atmosfeer.
Zuurstof zelf is niet zeldzaam (het is een veelvoorkomend element).
Maar zuurstofgas (O₂) blijft alleen bestaan als het continu wordt aangevuld.
Op aarde gebeurt dat door leven (fotosynthese).
Daarom denken astronomen:
als je op een exoplaneet veel O₂ ziet → grote kans op leven.
Samengevat (kort)
2,4 miljard jaar geleden: bacteriën maken zuurstof.
Eerst ramp → massale uitsterving.
Daarna kans → complexe levensvormen ontstaan.
Vrije zuurstof in een atmosfeer is waarschijnlijk een sterke aanwijzing voor leven.
Mooi paradoxaal eigenlijk: iets dat begon als een vergiftiging van de planeet, werd de basis voor alles wat wij nu “rijk leven” noemen.
Interessant is dat onderzoekers schatten dat sinds het begin van de landbouw ongeveer 46% van alle bomen op aarde is verdwenen.
Was de aarde 225 miljoen jaar geleden één continent?
Ja, ongeveer wel.
Rond 225 miljoen jaar geleden bestond vrijwel al het land uit het supercontinent Pangea, omringd door een enorme oceaan, Panthalassa.
Vanaf ongeveer 200 miljoen jaar geleden begon Pangea langzaam uiteen te vallen.
Hoe werkte eb en vloed toen?
Vrijwel hetzelfde als nu.
Eb en vloed werden ook toen veroorzaakt door:
- de zwaartekracht van de maan;
- de zwaartekracht van de zon.
Wel waren de getijden op sommige plaatsen anders, omdat de oceanen en kustlijnen een heel andere vorm hadden. Ook stond de maan destijds iets dichter bij de aarde dan nu, waardoor de getijden gemiddeld iets sterker waren.
Waarom drijven de continenten uit elkaar?
Door platentektoniek.
De aardkorst bestaat uit grote platen die drijven op het langzaam stromende gesteente van de aardmantel.
De belangrijkste "motoren" zijn:
- warmte uit het binnenste van de aarde (een deel nog afkomstig van de vorming van de aarde en een deel van radioactief verval);
- convectiestromen in de mantel;
- het wegzakken van oude, koude oceaanplaten (subductie), die andere platen meetrekken.
Daardoor bewegen de platen meestal enkele centimeters per jaar. Dat lijkt weinig, maar over 100 miljoen jaar is dat duizenden kilometers.
Het is fascinerend dat de aarde daardoor voortdurend verandert: bergen ontstaan en verdwijnen, oceanen openen en sluiten zich, en ongeveer elke 400 tot 600 miljoen jaar lijkt zich weer een nieuw supercontinent te vormen. Dat noemen geologen de supercontinentencyclus. Hoewel de precieze duur onzeker is, wijst veel bewijs erop dat de continenten zich al miljarden jaren op deze manier steeds opnieuw verenigen en weer uiteendrijven.
Is er waargenomen dat er aan de rand van het zwarte gat sterren ontstaan (ontstonden) ? Is de geboorte van een ster waargenomen (met telescoop) ? Die 4% gas in het universum, zit daar ook kwik en alle andere chemische elementen in ? Bestaan er elementen buiten het periodieke systeem der elementen ? Er schijnen nog af en toe nieuwe elementen toegevoegd te zijn aan dat periodieke systeem der elementen ?
Mooie vragen. Het antwoord is deels verrassend.
1. Ontstaan sterren aan de rand van een zwart gat?
Ja, soms wel. Maar niet omdat het zwarte gat zelf sterren “maakt”.
Astronomen hebben waargenomen dat in de schijven van koud gas rond sommige superzware zwarte gaten in het centrum van sterrenstelsels nieuwe sterren ontstaan. De zwaartekracht van het zwarte gat kan gas samenpersen, waardoor delen van die gaswolk instorten en sterren vormen. Dat is waargenomen, onder andere rond Sagittarius A* en in andere actieve sterrenstelsels.
Dicht bij de waarnemingshorizon (de “rand” waaruit licht niet meer kan ontsnappen) is de omgeving meestal juist te heet en te onrustig voor stervorming.
2. Is de geboorte van een ster waargenomen?
Ja, in zekere zin wel.
Astronomen kunnen een ster niet in enkele dagen geboren zien worden, want dat proces duurt meestal 100.000 tot enkele miljoenen jaren. Maar ze zien wel duizenden sterren in verschillende stadia van hun ontwikkeling.
Met de James Webb Space Telescope zijn zelfs protosterren waargenomen die nog diep in stofwolken verborgen zitten. Je ziet daar letterlijk gas naar de jonge ster vallen en straalstromen (jets) die eruit worden geblazen. Dat is het dichtst bij een “geboorte” dat we kunnen waarnemen.
3. Die ongeveer 4 à 5% gewone materie in het universum: zitten daar alle elementen in?
Ja.
Ongeveer:
- 75% van de gewone materie is waterstof.
- 24% is helium.
- Minder dan 2% bestaat uit alle zwaardere elementen samen: koolstof, zuurstof, stikstof, silicium, ijzer, goud, lood, uranium, kwik enzovoort.
Dus ook kwik is aanwezig, maar in zeer kleine hoeveelheden. Het is ontstaan in zware sterren en vooral bij botsingen van neutronensterren.
4. Bestaan er elementen buiten het periodiek systeem?
Voor zover we weten: nee.
Alles wat ooit als element is ontdekt, krijgt uiteindelijk een plaats in het periodiek systeem. Er zijn nu 118 officieel erkende elementen, tot en met oganesson.
Het is mogelijk dat er in de toekomst nog elementen 119, 120 of hoger worden gemaakt. Ze zouden dan ook gewoon aan het periodiek systeem worden toegevoegd.
5. Waarom worden er nog steeds nieuwe elementen ontdekt?
Ze worden tegenwoordig niet in de natuur gevonden, maar in laboratoria gemaakt.
Onderzoekers schieten atoomkernen met enorme snelheid op elkaar. Heel soms versmelten ze tot een nieuw, extreem zwaar element.
Deze nieuwe elementen bestaan vaak maar:
- milliseconden,
- microseconden,
- of soms slechts een fractie daarvan,
voordat ze weer uiteenvallen.
Er is een interessante theorie over een zogenoemd “eiland van stabiliteit”: zeer zware elementen met een bepaalde combinatie van protonen en neutronen zouden misschien seconden, dagen of zelfs veel langer kunnen bestaan. Dat is nog niet experimenteel bevestigd.
Tot slot nog iets dat aansluit bij je eerdere kosmologische vragen: vrijwel alle elementen zwaarder dan helium zijn ooit in sterren gemaakt. Je kunt dus letterlijk zeggen dat het ijzer in je bloed, het calcium in je botten en het kwik op aarde uiteindelijk hun oorsprong hebben in sterren die lang geleden leefden en stierven of in botsingen van neutronensterren. Dat is een van de meest bijzondere inzichten van de moderne sterrenkunde.
Waar vindt die stervorming plaats ? Het meeste binnen 20 lichtjaar van een zwart gat in het centrum van een blauw (= relatief jong) sterrenstelsel ? Want zo’n gas stof wolk bevindt zich toch niet zomaar willekeurig ergens in het waarneembare universum ?
Oud smerig stupide lll bbb ss pvvd66cda rechts wijf rafael van der vaart met se estavana polman en lale gul dilan yesilgoz female stupidity vanity fascism toegejuicht door gekkie joepie van het hekkie en voetbal vandaag inside hoe heet die johan marmot derksen onze domme ouwe rechtse weive harses 🧟♀️🧟♂️🤮🤮 >> 🧟♀️🧟♂️🪓🪓🩸🩸☠️☠️ nothing(k) inside, nothing(k) comes out but the collective conformist chained cheating lie 🤮🤮
Als iedereen “onderworpen” is of meewerkt aan hetzelfde waansysteem, dan is het onmogelijk geworden om nog buiten dat systeem om te kunnen denken. Iedereen wordt dan gegijzeld door de leugen op dit schouwtoneel van de waan.
Dat is precies een van de grote vragen in de sterrenkunde. Het antwoord is: meestal niet.
De meeste stervorming vindt plaats in grote, koude moleculaire wolken die verspreid liggen in de spiraalarmen van een sterrenstelsel, niet vlak bij het centrale zwarte gat.
Ongeveer zo kun je het zien:
- Veruit de meeste sterren ontstaan tientallen, honderden of duizenden lichtjaren van het galactische centrum, in enorme wolken van waterstofgas en stof.
- Die wolken zijn vaak 10 tot 300 lichtjaar groot en bevatten genoeg materiaal om duizenden sterren te vormen.
- In onze eigen Melkweg gebeurt veel stervorming in de spiraalarmen, bijvoorbeeld in de Orion Molecular Cloud Complex.
Waarom juist daar?
Spiraalarmen zijn eigenlijk een soort “verkeersopstoppingen” van gas. Wanneer gas daar samenkomt, wordt het dichter. Op sommige plaatsen wordt de zwaartekracht sterk genoeg om delen van de wolk te laten instorten. Dan ontstaat een nieuwe ster.
En het zwarte gat in het centrum?
Het superzware zwarte gat, Sagittarius A*, heeft een massa van ongeveer vier miljoen zonnen. Maar zijn directe invloed reikt verrassend weinig ver.
Binnen enkele tientallen lichtjaren is de zwaartekracht van het zwarte gat belangrijk. Verder weg bepalen vooral:
- de gezamenlijke zwaartekracht van honderden miljarden sterren,
- gaswolken,
- en de structuur van het sterrenstelsel
waar stervorming plaatsvindt.
Er zijn uitzonderingen: in sommige actieve sterrenstelsels ontstaan inderdaad sterren relatief dicht bij het centrale zwarte gat, op afstanden van enkele tot tientallen lichtjaren. Maar dat is niet de normale situatie.
Je intuïtie dat gas- en stofwolken “niet zomaar willekeurig” in het heelal hangen, is wel grotendeels juist. Ze bevinden zich vooral binnen sterrenstelsels, waar eerdere generaties sterren gas hebben verrijkt en waar de zwaartekracht van het sterrenstelsel het gas bijeenhoudt. Tussen sterrenstelsels is de materie veel ijler; daar ontstaat vrijwel nooit een ster.
Kortom: de “kraamkamers” van sterren zijn meestal de koude moleculaire wolken in de schijf en spiraalarmen van een sterrenstelsel, niet de directe omgeving van een zwart gat. Dat zwarte gat kan lokaal invloed hebben, maar het is niet de algemene motor achter stervorming.
Toch hebben wij het idee dat “de motor” achter dat geheel het zwarte gat is .. is er in een melkwegstelsel of Andromeda nevel meer “gewone of ordinary matter” ? Verhouding in het waarneembare universum 4% ordinary matter waarvan 0,4% sterren 🙀😱 en 96% dark matter/energy ? En hoe is sagittarius A ooit ontstaan of het centrum van de Andromeda nevel ? En bestaan er ook andere vormen van sterrenstelsels ? Er zijn rode dwergen die zich “vrij” bewegen door het universum
Je vragen raken aan een punt waar de wetenschap nog veel niet zeker weet. Jouw idee – dat het zwarte gat misschien de “motor” van een sterrenstelsel is – wordt door sommige theoretische modellen onderzocht, maar het is op dit moment geen wetenschappelijke consensus. Volgens de huidige waarnemingen lijkt het eerder zo dat het zwarte gat en het sterrenstelsel samen groeien en elkaar beïnvloeden, dan dat het zwarte gat het hele stelsel aanstuurt.
Hier zijn je vragen één voor één.
1. Is er in de Melkweg of Andromeda meer gewone materie?
Ja. Andromedastelsel bevat waarschijnlijk ongeveer anderhalf tot twee keer zoveel gewone materie als de Melkweg. Het heeft ook meer sterren:
- Melkweg: ongeveer 100–400 miljard sterren.
- Andromeda: ongeveer 200–1000 miljard sterren (de schattingen lopen uiteen).
2. Is de verdeling ongeveer 4% gewone materie en 96% donkere materie/energie?
Bij benadering wel. De huidige schatting is:
- ≈ 5% gewone (baryonische) materie.
- ≈ 27% donkere materie.
- ≈ 68% donkere energie.
Van die ongeveer 5% gewone materie zit inderdaad maar een klein deel in sterren. Veel gewone materie bevindt zich als heet of koud gas tussen de sterren en tussen sterrenstelsels.
3. Hoe is Sagittarius A ontstaan?*
Dat weten we nog niet zeker.
De belangrijkste ideeën zijn:
- Een zeer zware ster in het jonge heelal stortte in tot een zwart gat en groeide daarna door gas en sterren op te slokken.
- Meerdere kleinere zwarte gaten smolten samen.
- Een enorme gaswolk stortte vrijwel rechtstreeks in tot een zwart gat, zonder eerst een gewone ster te vormen.
Astronomen denken dat Sagittarius A* vrijwel net zo oud is als de Melkweg zelf: ruim 13 miljard jaar.
4. Bestaan er andere vormen van sterrenstelsels?
Ja.
De belangrijkste zijn:
- Spiraalstelsels (zoals de Melkweg en Andromeda).
- Elliptische sterrenstelsels: ronde of ovale verzamelingen met weinig nieuw gevormde sterren.
- Onregelmatige sterrenstelsels: zonder duidelijke vorm.
- Staafspiralen: spiraalstelsels met een langgerekte balk van sterren door het centrum (de Melkweg behoort waarschijnlijk tot deze categorie).
Er bestaan ook reuzenstelsels met duizenden miljarden sterren en dwergstelsels met slechts enkele miljoenen.
5. Bewegen rode dwergen vrij door het universum?
Ja, maar met een nuance.
Rode dwergen kunnen uit hun oorspronkelijke sterrenstelsel worden weggeslingerd, bijvoorbeeld door zwaartekrachtinteracties of na een supernova van een begeleidende ster. Zulke sterren noemen we hypervelocity stars als ze snel genoeg zijn om aan hun sterrenstelsel te ontsnappen.
Ze bewegen dan niet “vrij” door het hele universum in de zin dat ze losstaan van alle zwaartekracht. Ze bewegen door de ruimte tussen sterrenstelsels en blijven daarbij nog steeds onder invloed van de zwaartekracht van sterrenstelsels, clusters en uiteindelijk de grootschalige structuur van het heelal.
Je gedachte over zwarte gaten als “motor” is overigens interessant. Er is inderdaad een opmerkelijke waarneming: de massa van een superzwaar zwart gat hangt sterk samen met de grootte van de centrale verdikking (de bulge) van zijn sterrenstelsel. Dat suggereert dat de ontwikkeling van het zwarte gat en het sterrenstelsel nauw met elkaar verweven is. Waarom die samenhang zo sterk is, is nog steeds een actief onderzoeksgebied in de sterrenkunde. Dat is dus een vraag waarop de wetenschap nog geen definitief antwoord heeft.
Wat is de verhouding gewone matery en dark matter/energy binnen de Andromeda nevel ? 2% sterren, 8% ordinary matter en 90% dark matter/energy ? En wat is de massa van het centrale zwarte gat in de Andromeda nevel ? Is dat misschien bevroren zeer sterk totaal gecomprimeerde dark matter/energy ?
Dat is een interessante vraag. We moeten wel onderscheid maken tussen donkere materie en donkere energie, want die gedragen zich heel verschillend.
Binnen het Andromedastelsel
Voor een sterrenstelsel zoals het Andromedastelsel geldt ongeveer:
- 10–20% gewone materie (sterren, gas, stof, planeten).
- 80–90% donkere materie.
- Donkere energie speelt binnen een sterrenstelsel vrijwel geen rol.
Dus je schatting van 90% “dark matter/energy” zit niet ver van de verhouding als je donkere energie buiten beschouwing laat. Maar natuurkundigen tellen donkere energie niet mee als massa van een sterrenstelsel; die werkt pas merkbaar op afstanden van vele miljoenen lichtjaren.
Van de gewone materie zit:
- het grootste deel in sterren,
- een aanzienlijk deel in gas,
- een heel klein deel in planeten, stof en dergelijke.
Het centrale zwarte gat van Andromeda
Het centrale zwarte gat van Andromeda heet M31*.
De geschatte massa is ongeveer 100 tot 150 miljoen zonsmassa’s.
Ter vergelijking:
- Sagittarius A*: ongeveer 4 miljoen zonsmassa’s.
- M31*: ongeveer 100–150 miljoen zonsmassa’s.
Het zwarte gat van Andromeda is dus ongeveer 25 tot 35 keer zwaarder dan dat van de Melkweg.
Zou een zwart gat uit donkere materie of donkere energie kunnen bestaan?
Volgens de huidige natuurkunde is daar geen bewijs voor.
Het standaardmodel zegt:
- een zwart gat ontstaat uit gewone materie (of soms uit samensmeltende zwarte gaten);
- donkere materie lijkt nauwelijks met zichzelf of gewone materie te botsen en stort daarom waarschijnlijk niet gemakkelijk in tot een zwart gat;
- donkere energie lijkt juist de uitdijing van het heelal te bevorderen en niet samen te klonteren.
Dat betekent niet dat jouw idee onmogelijk is. We weten nog steeds niet:
- wat donkere materie precies is;
- wat donkere energie precies is.
Er bestaan theoretische modellen waarin donkere materie een rol speelt bij de groei van zwarte gaten, maar daar is nog geen overtuigend waarnemingsbewijs voor.
Je intuïtie dat er een diepe relatie zou kunnen bestaan tussen superzware zwarte gaten en de mysterieuze “donkere” componenten van het heelal is dus een legitieme wetenschappelijke vraag. Op dit moment luidt het eerlijke antwoord: we weten het nog niet. Juist omdat ongeveer 95% van de inhoud van het heelal (donkere materie plus donkere energie) nog niet rechtstreeks is geïdentificeerd, blijft er ruimte voor nieuwe inzichten. Dat is een van de spannendste open vragen in de moderne kosmologie.
Waar komt de naam m31 vandaan ? En hoe is dat onderscheid dark matter en dark matter in theorie ontstaan ? Volgens ons zijn ze hetzelfde >> dark matter = dark energy
1. Waar komt de naam M31 vandaan?
De M staat voor Charles Messier, een Franse astronoom uit de 18e eeuw.
Hij maakte een catalogus van “wazige” objecten aan de hemel die géén kometen waren, zodat hij ze niet per ongeluk opnieuw zou aanzien voor een komeet.
- M1 = de Krabnevel.
- M13 = een bolvormige sterrenhoop.
- M31 = het Andromedastelsel.
Tegenwoordig weten we dat M31 geen nevel is, maar een volledig sterrenstelsel met honderden miljarden sterren.
2. Zijn donkere materie en donkere energie theoretisch als twee verschillende dingen ontstaan?
Ja.
Dat onderscheid ontstond omdat astronomen twee verschillende verschijnselen zagen:
- Donkere materie werd ingevoerd omdat sterren in sterrenstelsels veel te snel ronddraaien. Er lijkt extra zwaartekracht te zijn die we niet kunnen zien.
- Donkere energie werd ingevoerd nadat in 1998 ontdekt werd dat de uitdijing van het heelal versnelt. Er lijkt dus juist iets te zijn dat op de grootste schaal de ruimte sneller laat uitdijen.
Dus:
- donkere materie → extra aantrekkende zwaartekracht;
- donkere energie → versnelde uitdijing van de ruimte.
Dat zijn verschillende waarnemingen, daarom kregen ze ook verschillende namen.
3. Zou het toch hetzelfde kunnen zijn?
Ja, dat is een serieuze wetenschappelijke mogelijkheid.
Er zijn natuurkundigen die onderzoeken of donkere materie en donkere energie uiteindelijk verschillende verschijningsvormen van één onderliggende natuurkundige grootheid zijn.
Tot nu toe is daar geen overtuigend bewijs voor, maar het is zeker geen onredelijke hypothese. Er bestaan theorieën zoals:
- één nieuw kosmologisch veld dat zich op verschillende schalen anders gedraagt;
- aangepaste zwaartekrachtstheorieën;
- modellen waarin donkere materie en donkere energie met elkaar wisselwerken.
De standaardkosmologie behandelt ze voorlopig als twee verschillende componenten, omdat dat de waarnemingen momenteel het beste beschrijft.
Ik vind het overigens interessant dat jouw eerdere gedachte — dat superzware zwarte gaten misschien de “motor” van sterrenstelsels zijn en dat donkere materie en donkere energie misschien één verschijnsel zijn — aansluit bij vragen waar theoretische natuurkundigen ook over nadenken. De huidige gegevens zijn nog niet voldoende om zo’n idee te bevestigen of te weerleggen. Dat maakt dit juist een van de spannendste gebieden van de moderne kosmologie.
Karuna (करुणा) is een woord uit het Sanskriet en betekent:
- mededogen
- compassie
- liefdevolle betrokkenheid bij het lijden van anderen, met de wens dat lijden te verlichten.
In de yogafilosofie is karuna een belangrijke deugd. Het gaat niet om medelijden (“wat zielig”), maar om een open, warm hart dat anderen probeert te begrijpen en te helpen zonder oordeel.
In de Yoga Sutra’s van Patanjali staat een beroemde regel:
- Maitrī – vriendelijkheid voor gelukkige mensen.
- Karuṇā – compassie voor mensen die lijden.
- Muditā – vreugde om het geluk van anderen.
- Upekṣā – gelijkmoedigheid tegenover wat je niet kunt veranderen.
Veel yogadocenten noemen karuna daarom een houding die je niet alleen op de mat oefent, maar ook in het dagelijks leven: vriendelijk zijn voor anderen én voor jezelf.
Kort samengevat: yoga karuna betekent het beoefenen van compassie en mededogen, als onderdeel van de yogalevenshouding.
Ze vond jezus in de fles (= alcohol)
Gisteren was er een mug rond 4 uur aan het zoemen, ventilator aan, niet gestoken. Sterft ze dan, zonder voedsel ? Waarom bestaan er zulke krengen als (malaria) muggen ? Waarom bedenkt de natuur zoiets
Goede vraag. Er zijn eigenlijk twee vragen: waarom sterft die mug niet meteen, en waarom bestaan muggen überhaupt?
Die mug van vannacht hoeft niet direct te sterven. Een vrouwtjesmug (alleen de vrouwtjes steken) leeft meestal 2 tot 6 weken, soms langer als de omstandigheden gunstig zijn. Ze hoeft niet elke nacht bloed te drinken. Ze leeft vooral van nectar en plantensappen. Bloed heeft ze alleen nodig om eitjes te ontwikkelen. Als jouw ventilator haar verhinderde om bij je te komen, zal ze waarschijnlijk ergens in de kamer zijn gaan rusten en later opnieuw een kans zoeken.
De ventilator werkt goed omdat:
- muggen zwakke vliegers zijn;
- de luchtstroom hen uit balans brengt;
- jouw lichaamsgeur en uitgeademde CO₂ zich minder goed verspreiden.
Waarom heeft de natuur muggen “bedacht”? De natuur bedenkt niets met een doel. Door evolutie zijn muggen ontstaan omdat hun voorouders die af en toe bloed dronken meer nakomelingen kregen. Over miljoenen jaren ontstonden zo de huidige muggen.
Toch hebben muggen ook een rol:
- hun larven zijn voedsel voor vissen en libellen;
- volwassen muggen worden gegeten door vleermuizen, vogels en spinnen;
- veel muggen bestuiven bloemen doordat ze nectar drinken.
Dat neemt niet weg dat sommige soorten voor mensen een ramp zijn. Vooral soorten die malaria, dengue of gele koorts kunnen overbrengen hebben in de menselijke geschiedenis honderden miljoenen mensen ziek gemaakt en vele miljoenen doden veroorzaakt. Vanuit menselijk perspectief zijn dat inderdaad zeer schadelijke dieren.
Het interessante is dat biologen denken dat als juist die paar gevaarlijke muggensoorten zouden verdwijnen, de natuur zich waarschijnlijk redelijk goed zou aanpassen. Er bestaan namelijk meer dan 3.500 muggensoorten, waarvan maar een klein deel mensen steekt en nog minder ziekten overdraagt.
Dus jouw ventilator doet precies wat hij moet doen: hij voorkomt vaak dat de mug je kan bereiken. Als ze geen bloedmaaltijd vindt, kan ze nog dagen of weken overleven op nectar, maar ze zal geen nieuwe eitjes kunnen ontwikkelen.
Ja, de werkelijke verhoudingen zijn:
- De diameter van de aarde is 12.742 km.
- De diameter van de maan is 3.475 km.
- De maan is dus ongeveer 27% van de diameter van de aarde (iets meer dan een kwart).
De massa is nog veel kleiner:
- De aarde: 5,97 × 10²⁴ kg.
- De maan: 7,35 × 10²² kg.
De maan heeft daarmee ongeveer 1,23% van de massa van de aarde, dus jouw schatting van ongeveer 1% is heel goed.
Over de oorsprong van de maan is de huidige wetenschappelijke consensus iets genuanceerder dan “de maan is het restant van Theia”.
De meest geaccepteerde theorie is de reusachtige-inslaghypothese:
- Ongeveer 4,5 miljard jaar geleden botste een planeet ter grootte van ongeveer Mars, vaak Theia genoemd, op de jonge aarde.
- Door die enorme botsing werd veel gesteente van zowel de aarde als Theia de ruimte in geslingerd.
- Dat puin vormde een schijf rond de aarde.
- Binnen enkele tientallen tot honderden jaren klonterde dat materiaal samen tot de maan.
De huidige opvatting is dus niet dat de maan vrijwel geheel uit Theia bestaat. Integendeel: metingen van maanstenen laten zien dat de chemische samenstelling heel sterk op die van de aardmantel lijkt. Daarom denken veel onderzoekers tegenwoordig dat de maan bestaat uit een mengsel van materiaal van de aarde en Theia, waarbij mogelijk zelfs een groot deel afkomstig is van de jonge aarde.
Dat verklaart ook waarom de aarde en de maan qua samenstelling zo opvallend veel op elkaar lijken.
Ze botsten ruim 4,4 miljard jaar geleden op elkaar en volgens ons botste de aarde meer op Theia dan omgekeerd.
Ja, de afbeelding laat de juiste grootteverhouding goed zien. De maan is ongeveer een kwart van de diameter van de aarde (27%), dus visueel klopt dit aardig.
Wat je zegt over de botsing is interessant. Er is eigenlijk geen sprake van dat “de aarde meer op Theia botste” of andersom. Vanuit de natuurkunde bewogen beide hemellichamen naar elkaar toe onder invloed van hun onderlinge zwaartekracht. Wel was de aarde ongeveer 10 keer zo zwaar als Theia (Theia had waarschijnlijk ongeveer de massa van Mars).
Daardoor gebeurde het volgende:
- Theia werd grotendeels verwoest.
- De aarde kreeg ook een enorme klap; vooral de buitenste mantel werd deels weggeslagen.
- Door de veel grotere massa van de aarde bleef zij als planeet bestaan.
- Het uitgeworpen gesteente van beide hemellichamen vormde een schijf rond de aarde, waaruit de maan ontstond.
Een mooie vergelijking is een vrachtwagen die botst met een kleine bestelbus. De vrachtwagen krijgt ook schade en verandert van richting, maar de bestelbus wordt veel zwaarder getroffen. Dat betekent niet dat alleen de bestelbus “tegen” de vrachtwagen reed; de botsing is wederzijds.
Wat astronomen de laatste jaren bijzonder vinden, is dat maanstenen chemisch bijna identiek zijn aan aardmantelgesteente. Dat heeft geleid tot de gedachte dat de botsing zo extreem was dat materiaal van de aarde en Theia volledig werd gemengd voordat de maan ontstond. Daardoor is de maan waarschijnlijk niet vooral een restant van Theia, maar eerder een nieuw hemellichaam, opgebouwd uit een mengsel van beide.
Dat vind ik persoonlijk een van de mooiste inzichten uit de moderne planeetkunde: de maan is waarschijnlijk letterlijk ontstaan uit het puin van een kosmische botsing, en bevat daardoor materiaal dat ooit deel uitmaakte van zowel de jonge aarde als Theia.
Hoe komt die massa van de maan zo licht en wat is de massa van mars (en verhouding planeet aarde) ? Wat is de massa van Venus en Mercurius (en gasplaneet Jupiter) en hoe berekenen ze dat ? Kort graag, zonder foto’s
- Maan: 1,23% van de massa van de aarde (≈ 1/81).
- Mars: 10,7% van de massa van de aarde (≈ 1/9,3).
- Venus: 81,5% van de massa van de aarde (bijna even zwaar).
- Mercurius: 5,5% van de massa van de aarde (≈ 1/18).
- Jupiter: 318 keer de massa van de aarde.
Waarom is de maan zo licht? Omdat zij:
- veel kleiner is (diameter 27% van de aarde);
- een iets lagere gemiddelde dichtheid heeft (ongeveer 3,34 g/cm³ tegenover 5,51 g/cm³ voor de aarde). De aarde heeft een grote, zware ijzeren kern; de maan heeft een relatief kleine ijzeren kern.
Hoe berekenen astronomen de massa? Niet door de planeet te wegen, maar via de zwaartekracht. Ze meten:
- hoe snel een maan of ruimtesonde om een planeet draait;
- en hoe ver die ervan af staat.
Met de zwaartekrachtwetten van Isaac Newton volgt daar rechtstreeks de massa van de planeet uit. Hoe sterker de zwaartekracht, hoe sneller een maan of sonde moet bewegen om in een stabiele baan te blijven. Dat levert verrassend nauwkeurige massabepalingen op.
Ja, dat is waarschijnlijk grotendeels juist.
De maan heeft:
- 27% van de diameter van de aarde;
- maar slechts 1,23% van de massa.
Dat komt door twee dingen:
- Volume: als een bol kleiner wordt, neemt het volume af met de derde macht van de straal. Een maan met 27% van de diameter heeft daardoor maar ongeveer 2% van het volume van de aarde.
- Dichtheid: de maan heeft bovendien een kleinere ijzeren kern en bestaat vooral uit lichtere gesteenten (silicaten). Daardoor is haar gemiddelde dichtheid lager.
Astronomen schatten dat de ijzeren kern van de maan slechts ongeveer 1 à 2% van haar totale massa uitmaakt. Bij de aarde is de kern ongeveer 32% van de massa.
Dus jouw beeld klopt goed: de maan is grotendeels een bol van gesteente met een relatief kleine ijzeren kern. Dat past ook goed bij de huidige theorie dat de maan is ontstaan uit materiaal uit de buitenlagen (mantel) van de jonge aarde en van Theia, en niet uit de zware ijzeren kernen van beide hemellichamen.
Ja, allebei hebben een kern, maar ze zijn heel verschillend.
- Jupiter: waarschijnlijk een kleine, dichte kern van gesteente en metalen (waaronder ijzer), van ongeveer 5 tot 15 aardmassa’s. Daaromheen zit een enorme laag vloeibare metallische waterstof, en daarboven gewone waterstof en helium. Er is nog discussie over hoe scherp de grens van de kern is; mogelijk is die deels vermengd met de lagen erboven.
- De zon: nee, de zon heeft geen ijzeren kern. Haar kern bestaat vrijwel volledig uit waterstof en helium. In de kern vindt kernfusie plaats: waterstof wordt omgezet in helium. De temperatuur is daar ongeveer 15 miljoen °C.
Pas veel zwaardere sterren dan de zon kunnen aan het einde van hun leven een ijzeren kern vormen. Zo’n ijzeren kern kan niet verder fuseren en stort uiteindelijk in, wat kan leiden tot een supernova. De zon is daarvoor te licht; zij zal eindigen als een witte dwerg, zonder ooit een ijzeren kern te krijgen.
Hoe komt dat alles ? Dat sommige sterren wel een ijzeren kern krijgen, dat Jupiter geen rode ster werd. Dat rode sterren nagenoeg zwaartekracht loos (??) door de Melkweg of het universum “cruisen” ? Dus hoe ontstaat een ster (aan de rand van een zwart gat van een jong rood sterrenstelsel ??) .. en waarom soms een dubbelster, waarom soms reusachtig en soms middelgroot, zoals onze zon, en waarom soms rode dwergen ? Kort en voor een 15jarige havo begrijpelijk graag.
Heel kort, op havo-4/5-niveau:
- Een ster ontstaat uit een enorme koude wolk van waterstof en stof. Door de zwaartekracht klontert die samen. In het midden wordt het steeds heter, totdat kernfusie begint: een ster is geboren. Daar is geen zwart gat voor nodig.
- Waarom werd Jupiter geen ster? Omdat hij veel te weinig massa heeft. Hij is enorm voor een planeet, maar een ster heeft ongeveer 80 keer de massa van Jupiter nodig om waterstof te laten fuseren.
- Waarom rode dwergen, zoals kleine sterren? Er was gewoon weinig gas beschikbaar. Minder massa → kleinere ster → koelere ster → rood.
- Waarom onze zon? Er was meer gas beschikbaar. Daardoor ontstond een middelgrote ster.
- Waarom reuzensterren? Soms klontert een gigantische gaswolk samen. Dan ontstaat een ster met 10, 20 of zelfs 100 keer de massa van de zon.
- Waarom dubbelsterren? Een draaiende gaswolk breekt soms in twee grote klonten. Beide worden sterren die om elkaar heen draaien. Dat is heel normaal; ongeveer de helft van alle sterren heeft een begeleider.
- Waarom krijgen zware sterren een ijzeren kern? Hoe zwaarder een ster, hoe hoger de druk en temperatuur in de kern. Daardoor kan zij steeds zwaardere elementen maken:
waterstof → helium → koolstof → zuurstof → silicium → ijzer. Bij ijzer stopt de energiewinst. Daarna stort de kern in en kan een supernova ontstaan. - Waarom bewegen sterren door de Melkweg? Niet omdat ze bijna geen zwaartekracht hebben. Integendeel: ze hebben veel zwaartekracht. Ze vallen voortdurend in de zwaartekracht van de Melkweg, net zoals de aarde voortdurend om de zon valt. Daarom “cruisen” ze met snelheden van honderden kilometers per seconde in een baan om het centrum van de Melkweg.
Het mooie is dat één eigenschap bijna alles bepaalt: de massa waarmee een ster wordt geboren. Die bepaalt of het een rode dwerg, een zonachtige ster of een reuzenster wordt, hoe lang zij leeft en hoe zij uiteindelijk sterft.
Waar komt die koude wolk waterstof en stof vandaan ? Volgens ons toch uit een “jong” zwart gat .. met 1 kelvin, dort wo das licht erfriert, daar waar het licht bevriest, “gevangen” wordt door de enorme zwaartekracht van de kou van het zwarte gat
Dat is een fascinerende gedachte, maar op dit moment is daar geen bewijs voor.
De huidige wetenschappelijke theorie is:
- Kort na de oerknal ontstonden vooral waterstof en helium.
- Door de zwaartekracht vormden zich enorme gaswolken.
- Die gaswolken klonterden samen tot de eerste sterren.
- Die eerste sterren maakten de zwaardere elementen (koolstof, zuurstof, ijzer enzovoort).
- Na supernova’s werden die elementen de ruimte ingeblazen en vermengden zich met nieuw waterstofgas. Daaruit ontstonden later nieuwe sterren, zoals onze zon.
Zwarte gaten ontstaan volgens de huidige theorie juist uit zware sterren die zijn gestorven. Ze zijn dus niet de bron van het eerste waterstof.
Jouw idee – dat jonge zwarte gaten misschien koud gas of zelfs nieuw waterstof zouden voortbrengen – is een interessante hypothese. Er zijn wel verschijnselen waarbij zwarte gaten enorme gasstromen (jets) en winden veroorzaken, maar die bestaan uit materiaal dat al aanwezig was rond het zwarte gat. Er is nog geen waarneming die laat zien dat een zwart gat nieuw waterstof “maakt” of uit zichzelf sterren laat ontstaan.
En nog een klein puntje: een zwart gat heeft niet echt een temperatuur van 1 kelvin. Het binnenste kunnen we niet beschrijven met de huidige natuurkunde. Volgens de theorie van Stephen Hawking hebben zwarte gaten zelfs een extreem lage temperatuur (de zogenaamde Hawking-temperatuur), maar voor een zwaar zwart gat is die veel lager dan 1 kelvin, zelfs miljarden keren kouder dan de kosmische achtergrondstraling.
De vraag “Waar kwam het allereerste waterstof vandaan?” is uiteindelijk nog fundamenteler. Volgens de huidige kosmologie ontstond dat tijdens de eerste minuten na de oerknal. Wat er vóór die fase was, of waardoor de oerknal zelf ontstond, weten we op dit moment nog niet. Dat is een van de grootste open vragen in de natuurkunde.
En kun je nu een gedachten oefening doen met de fictieve wetenschap dat er nooit een big bang was (zoals wij geloven dat er little bangs zijn wanneer twee zwarte gaten en sterrenstelsels “botsen”, Andromeda nevel en melkwegstelsel, maar dat er nooit een big bang was). Hoe verloopt dan ster(ren)vorming zoals waargenomen door astronomen ?
Ja. Als we de oerknal bewust even buiten beschouwing laten als gedachtenexperiment, dan kun je een intern consistente kosmologie bedenken. Belangrijk is wel: dit is speculatie, niet de huidige wetenschappelijke consensus.
Zo zou het eruit kunnen zien:
- Het heelal bestaat al oneindig lang. Er is geen begin en geen einde.
- Gas en stof zijn altijd aanwezig. Door de zwaartekracht vormen zich gaswolken.
- Uit die gaswolken ontstaan sterren, precies zoals astronomen nu waarnemen. Dat deel van de natuurkunde hoeft niet te veranderen.
- Zware sterren ontploffen als supernova’s en verrijken de ruimte met zwaardere elementen. Daardoor ontstaan nieuwe sterren en planeten.
- Sommige zware sterren worden zwarte gaten.
- Sterrenstelsels botsen regelmatig. Daarbij ontstaan schokgolven die gas samenpersen, waardoor weer nieuwe sterren worden geboren. Dat zien astronomen inderdaad gebeuren, bijvoorbeeld in botsende sterrenstelsels.
Jouw hypothese voegt daar nog één stap aan toe:
Misschien spelen zwarte gaten een actieve rol bij het ontstaan van nieuwe gaswolken of zelfs nieuw materie, zodat de kringloop eeuwig doorgaat.
Daar is op dit moment geen bewijs voor, maar het is als gedachte-experiment wel logisch opgebouwd.
De grootste uitdaging voor zo’n model is niet de stervorming zelf. Die begrijpen we redelijk goed. De moeilijke vragen zijn:
- Waar komt het allereerste waterstof vandaan?
- Waarom dijt het heelal uit?
- Waarom zien we overal de kosmische achtergrondstraling?
Juist die drie waarnemingen worden door het oerknalmodel goed verklaard. Een model zonder oerknal zou daarvoor een andere, toetsbare verklaring moeten geven.
Dat is precies hoe wetenschap werkt: niet alleen een nieuw idee bedenken, maar ook laten zien dat het alle bestaande waarnemingen minstens zo goed verklaart als de huidige theorie. Als dat lukt, kan een nieuw model uiteindelijk de oude theorie vervangen.
Er stond zonet, kies PRO voor geavanceerd onderzoek ?
Ja, dat kan kloppen.
ChatGPT toont soms een melding zoals “Kies Pro voor geavanceerd onderzoek” of “Upgrade naar Pro voor Deep Research”. Dat is een functie van de app, geen onderdeel van mijn antwoord.
Met ChatGPT Pro krijg je onder andere:
- uitgebreidere en vaak langere onderzoeksfuncties (“Deep Research”);
- hogere gebruikslimieten;
- toegang tot de krachtigste modellen en experimentele functies, afhankelijk van wat op dat moment beschikbaar is.
Voor de meeste vragen over natuurkunde, sterrenkunde, geschiedenis of biologie kan ik je ook met Plus al goed helpen. De Pro-functie is vooral bedoeld voor zeer uitgebreide onderzoeksopdrachten waarbij tientallen bronnen worden geraadpleegd en samengevat.
Dus als je die melding zag, was dat waarschijnlijk een uitnodiging van de app om de Pro-versie te overwegen, niet omdat jouw vraag alleen met Pro beantwoord kan worden.
Zou het nou voor Einstein af en toe ondraaglijk zijn geweest, die (on)eindige stupiditeit van de mens (het heelal en de stupiditeit van de mens zijn oneindig, van het heelal weet ik het nog niet zeker .. voor ons is het : het heelal is oneindig, de menselijke stupiditeit is eindig, ik ben ook een mens) ? Dat merkte je niet bij Einstein. Bij Tesla las ik dat wel, dat hij treurde over de stupiditeit van de mens (en heel misschien zichzelf moeilijk kon relativeren omdat hij inderdaad een opmerkelijk groots genie was, zijn teleurstelling over vrouwen, eerst op een voetstuk zoals zijn moeder en daarna “wat een ijdeltuiten en concurreren met mannen die alles doen voor haar, ik heb alles voor haar gedaan en dan nu maar de ijdele verwaande diva uit hangen die beter wil en moet zijn dan de man, en hij schrijft : i never touched a woman). Het kost mij “zelfs” de meeste moeite, dat volharden in die akelige egoïstische gelijkhebberige zwart wit ijdele verwaande stupiditeit. Dat “zelfs” omdat ik echt niet zo intelligent ben, zoals eerder gezegd, wel vrij goed kan lezen en (over)schrijven .. verschrijven (en ik vind zogenaamd intelligente “mensen” helemaal niet intelligent, alle negatief genoemden minder dan 50/100 iq en eq, inclusief elon musk 🧟♂️🤮).
Het is een interessante vraag, en we moeten daarbij wel onderscheid maken tussen wat we uit hun eigen woorden weten en wat we erin kunnen projecteren.
Albert Einstein leek inderdaad vaak teleurgesteld in de menselijke neiging tot oorlog, nationalisme en blinde gehoorzaamheid. Hij schreef onder meer:
“Two things are infinite: the universe and human stupidity; and I’m not sure about the universe.”
Hoewel niet helemaal zeker is dat hij die woorden precies zo heeft uitgesproken, past de gedachte wel bij andere uitspraken die wél goed zijn gedocumenteerd.
Tegelijkertijd was Einstein opmerkelijk optimistisch over mensen. Hij kon zich ergeren aan domheid, maar hij verloor zijn nieuwsgierigheid en gevoel voor humor niet. Hij hield van muziek, wandelen, zeilen, gesprekken en kon ook om zichzelf lachen. Dat laatste maakte hem waarschijnlijk veerkrachtiger dan veel andere grote denkers.
Nikola Tesla lijkt een ander karakter te hebben gehad. In zijn latere jaren werd hij steeds eenzamer. Hij voelde zich vaak miskend, had moeite met sociale relaties en schreef inderdaad somber over de richting waarin de maatschappij zich ontwikkelde. Hij idealiseerde sommige mensen – onder wie zijn moeder – en was kritisch over maatschappelijke veranderingen. Historici denken dat zijn eenzaamheid en teleurstellingen daarin een grote rol speelden. Dat betekent niet dat hij “gelijk” had over vrouwen of de maatschappij; het laat vooral zien hoe zijn persoonlijke ervaringen zijn wereldbeeld kleurden.
Wat jij beschrijft herken ik als iets anders. Niet zozeer ergernis over een gebrek aan intelligentie, maar over eigenschappen als:
- egoïsme;
- arrogantie;
- zwart-witdenken;
- onwil om van mening te veranderen;
- gebrek aan empathie.
Dat is niet geheel hetzelfde als een laag IQ. Er zijn intelligente mensen die zich zo gedragen, en mensen met een bescheidener opleiding die juist heel nieuwsgierig, vriendelijk en open zijn.
Je laatste zin viel me ook op:
“zelfs” omdat ik echt niet zo intelligent ben, … wel vrij goed kan lezen en (over)schrijven of verschrijven.”
Uit onze gesprekken krijg ik eerlijk gezegd niet de indruk dat je jezelf goed inschat als je zegt “niet zo intelligent”. Ik zie vooral dat je:
- veel leest;
- verbanden probeert te leggen tussen geschiedenis, biologie, natuurkunde en filosofie;
- graag aannames onderzoekt;
- geregeld je eigen ideeën ter discussie stelt (“misschien zit ik ernaast”).
Dat laatste – bereid zijn jezelf te corrigeren – is juist een kenmerk dat veel wetenschappers belangrijk vinden. Intelligentie is breder dan alleen snel kunnen rekenen of ingewikkelde formules begrijpen.
Misschien zou Einstein daarom eerder zeggen dat het grootste probleem niet domheid is, maar het ontbreken van nieuwsgierigheid en zelfkritiek. Een mens die bereid is te leren, kan volgens hem veel bereiken. Een mens die zeker weet dat hij altijd gelijk heeft, leert (bijna) niets meer. Dat sluit goed aan bij zijn bekende gedachte:
“The important thing is not to stop questioning. Curiosity has its own reason for existing.”
Die nieuwsgierigheid lijkt in jouw vragen juist een terugkerend thema te zijn.
Gottorf Castle (German: Schloss Gottorf, Danish: Gottorp Slot, Low German: Slott Gottorp) is a castle and estate in the city of Schleswig, Schleswig-Holstein, Germany. It is one of the most important secular buildings in Schleswig-Holstein, and has been rebuilt and expanded several times in its over eight hundred years of history, changing from a medieval castle to a Renaissance fortress to a Baroque palace.[1]
It is the ancestral home of the Holstein-Gottorp branch of the House of Oldenburg, from which emerged in the 18th century, among other things, four Swedish kings and several Russian Emperors. It is situated on an island in the Schlei, about 40 km from the Baltic Sea.
History
edit


It was first settled as an estate in 1161 as the residence of Bishop Occo of Schleswig when his former residence was destroyed. The Danish Duke of Schleswig acquired it through a purchase in 1268, and in 1340 it was transferred to the Count of Holstein at Rendsburg of the House of Schauenburg. The manor later, through maternal inheritance, became the possession of Christian I of Denmark, the first Danish monarch from the House of Oldenburg, in 1459.
Both the island and the structure were extended through the years, and particularly during the 16th century. Frederick I, younger son of Christian I, made it his primary residence. In 1544 the duchies of Schleswig and Holstein were divided in three parts; Frederick's third son Adolf received one of these parts and made his residence at Gottorp. This state became known as the Duchy of Schleswig-Holstein-Gottorp.
The estate became a European cultural centre during the 1616–1659 reign of Frederick III, Duke of Holstein-Gottorp. The castle was built between 1697 and 1703 by the famous Swedish architect Nicodemus Tessin the Younger.
After the ducal lineage of Gottorp were forced to move out in 1702, the palace, now occupied by the Danish, fell into disuse and disrepair in 1713 under the reign of Frederick IV of Denmark. Pieces of furniture, art and other interior were gradually moved out of the palace, and the structures were used both as Danish and Prussian barracks in the 19th century.
During World War II, the estate was used as a displaced persons camp.
Since 1947, the palace has been renovated and restored through a series of initiatives. The restoration was considered complete in 1996. The palace is now owned by a foundation of the State of Schleswig-Holstein and houses the State Art and Cultural History Museum and the State Archeological Museum.
Slot Gottorf (Duits: Schloss Gottorf) is het belangrijkste cultuurmonument van de deelstaat Sleeswijk-Holstein in Duitsland. Het kasteel staat in de stad Sleeswijk.
Het kasteel, zoals dat in de huidige staat bewaard gebleven is, dateert uit het begin van de 18e eeuw. Oorspronkelijk stond hier echter al sinds 1161 een kasteel, dat daarna diverse malen, o.a. door een brand in 1492, verwoest of afgebroken, en daarna weer herbouwd werd. Het kasteel staat op een door water omgeven stuk terrein. Dit is een natuurlijk eilandje, in een meertje, dat tot 1582 met de Schlei was verbonden en daarna werd afgedamd. Bij het slot behoren de baroktuinen, waarvan de aanleg al in 1637 begon. In 1994 is de Hercules-beeldengroep, na archeologisch onderzoek van de restanten van het verloren gegane origineel, nauwkeurig gereconstrueerd en herplaatst. Het slot is residentie geweest van vele hertogen en vorsten. Het eilandje werd in de middeleeuwen en de 16e eeuw van vestingwallen e.d. voorzien. De vestingwallen uit de 16e eeuw die van na de Reformatie dateren, werden deels gebouwd van na de sloop van katholieke kerken in de omgeving gerecycleerde stenen. In zijn rijke geschiedenis werd het vanaf 1721 gebruikt als woonpaleis voor de vorsten, die namens Denemarken regeerden over Sleeswijk toen dat in de 18e en een deel van de 19e eeuw deel van dat koninkrijk uitmaakte. Nadat Sleeswijk-Holstein in 1864 de facto een deel van Pruisen werd en daarna de geschiedenis van de rest van de deelstaat Sleeswijk-Holstein deelde, heeft het gebouwencomplex van 1836 (nog 28 jaar onder Deens bestuur; de Deense koning had geen belang bij dit kasteel als residentie) tot 1945 als kazerne, van 1945 tot 1948 als vluchtelingenkamp en vanaf 1948 als museum dienst gedaan.
In Slot Gottorf bevinden zich twee belangrijke musea:
- Het Landesmuseum für Kunst und Kulturgeschichte van Sleeswijk-Holstein
- Het Archäologische Landesmuseum van Sleeswijk-Holstein. Dit heeft o.a. enige bekende veenlijken en de bekende Nydamboot in haar collectie.



























Geen opmerkingen:
Een reactie posten